DVDW Advocaten

Laat bestuurders ondernemen!

dinsdag 1 november 2011: Publicatie

Er is in het afgelopen decennium natuurlijk veel gebeurd in het economische klimaat. Was er vanaf 2000 sprake van een uiteenspattende internetzeepbel, in 2007 barste de financiële crisis in alle hevigheid los en nog geen drie jaar later worden we geconfronteerd met de schuldencrisis. Dat de markteconomie uit balans wordt gebracht is niet echt bijzonder, wel dat in een dergelijk kort tijdsbestek de markteconomie door deze opeenvolgende majeure gebeurtenissen ontwricht is geraakt.

Ondernemerschap belangrijker dan ooit

Daar waar ondernemerschap wereldwijd gezien wordt als de motor van innovatie, investeringen en verandering, geldt dat ondernemerschap ook als zodanig onmisbaar is om het hoofd te bieden aan de economische crisis. Ondernemers moeten ambitieus zijn. Innovatie zou toegejuicht moeten worden. Dat wordt ook binnen Europa onderkend, getuige het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over "Creativiteit en ondernemerschap: mechanismen om de crisis te boven te komen".
Maar ondernemerschap betekent ook dat ondernemingen zodanig ingericht moeten zijn dat zij tijdig geherstructureerd (kunnen) worden, dat verlieslatende activiteiten worden afgestoten en dat de kasstromen positief worden aangewend. Een adequaat risicobeheersingsysteem is daarbij onmisbaar. Anticiperen op interne en externe factoren die de bedrijfsvoering (kunnen) beïnvloeden.

Bestuur bepaalt beleid en strategie

Een goed beleid en een juiste strategie is onontbeerlijk. In Nederland geldt bestuursautonomie: Het bestuur bepaalt het beleid en de strategie van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Onder toezicht van de Raad van Commissarissen.
Het bestuur dient daarbij het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop te stellen. Daarbij moeten wel de belangen van alle betrokkenen, waaronder die van de aandeelhouders, bij het bepalen van beleid en strategie in aanmerking genomen worden.

Taak bestuur om strategie aan te passen aan markteconomische ontwikkelingen

Daar waar het primaat van beleid en strategie ligt bij het bestuur, geldt ook dat het bestuur de taak heeft de strategie aan te passen aan de  economische werkelijkheid. Dat is niet altijd even eenvoudig.

De economische ontwikkelingen hebben ook in de afgelopen jaren immers laten zien dat niet alles voorzienbaar was. Natuurlijk zou in een specifiek geval objectief vastgesteld kunnen worden dat een bestuur zich op een bepaald moment had kunnen en eigenlijk moeten afvragen of een herstructurering niet noodzakelijk zou zijn. En ongetwijfeld zullen er bestuurders zijn die dit veronachtzaamd hebben.

Probleem is echter dat niet altijd even goed te voorspellen is wat de toekomst zal brengen. Denk maar eens aan het recente bericht van ASMI naar aanleiding van de cijfers over het derde kwartaal 2011: Nu het zicht op de markt beperkt is, kan ASMI niet verder kijken dan het huidige vierde kwartaal 2011, aldus ASMI.

Bovendien is het wijzigen van de strategie niet zomaar iets. Dat vergt onderzoek en afstemming. Is een strategiewijziging daadwerkelijk in het belang van de vennootschap? En hoe zit het dan met de belangen van andere stakeholders, waaronder zeker ook de aandeelhouders. Het kan ook ingrijpend zijn, voor de organisatie en de mensen die er werkzaam zijn. En de effecten zullen ook niet altijd meteen zicht- en merkbaar zijn.

Beleidsvrijheid en reddingsoperaties

Als een bestuur voorziet dat de onderneming binnen afzienbare tijd een zodanig liquiditeitstekort heeft dat verplichtingen niet meer kunnen worden nagekomen, heeft hij de taak de strategie en het systeem van risicobeheersing onder een vergrootglas te leggen. Dat kan resulteren in een reddingsoperatie, een herstructurering en maatregelen, die meebrengen dat verplichtingen tijdelijk niet worden nagekomen.

Het is voor bestuurders dan goed te onderkennen dat aan hen een zekere mate van beleidsvrijheid toekomt, ook als de vennootschap geconfronteerd wordt met financieel ontij. Of zoals het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch dit formuleerde: Van een bestuurder kan gevergd worden om te proberen de financieel noodlijdende onderneming in enigerlei vorm voort te zetten, zolang niet objectief vaststaat dat er geen mogelijkheid bestaat deze te continueren. Ook een moedervennootschap aanspreken omdat deze in het kader van een reddingsplan de helpende, financiële hand toesteekt aan een dochter, moet niet te snel gebeuren volgens de Advocaat-Generaal in 2008 in het Coutts-arrest.

Het bestuur moet derhalve enige vrijheid hebben om de strategie in financieel noodweer te bepalen en waar nodig aan te passen. En om het vennootschappelijk belang duidelijk boven het belang van allerlei stakeholders te plaatsen. Door bijvoorbeeld die crediteuren wel te betalen, die broodnodig zijn voor de continuïteit, en anderen niet. Door de onderneming voort te zetten zonder dat op voorhand vaststaat dat verplichtingen kunnen worden nagekomen.

Natuurlijk is het bestuur daarbij gebonden aan wettelijke en statutaire regels. Is het echter niet zo dat daar waar het bestuur zich gewoon fatsoenlijk gedraagt en het belang van de vennootschap en haar stakeholder nastreeft, deze in beginsel binnen deze grenzen blijft? Zeker als het bestuur transparantie betracht richting alle stakeholders en zich inspant om objectief vast te laten stellen dat de continuïteit gewaarborgd kan worden en een reddingsoperatie kans van slagen heeft.

En mocht dan achteraf blijken dat de vennootschap het toch niet redt, dan moeten we niet te snel met een beschuldigende vinger wijzen naar de bestuurders. Als we dat te snel doen, dan zal de zin in ondernemen, zeker in onzekere tijden, bij vele bestuurders snel afnemen. Zo bieden we niet het hoofd aan de economische crisis.

publicatie van Theo Hanssen, Insolventie en Herstructurering, Ondernemingsrecht

Plaats een reactie

Reacties op dit bericht zijn niet (meer) mogelijk.

Actueel

Ons laatste nieuws

Print deze pagina