Hoge Raad verduidelijkt procedure bij (mogelijk) tegenstrijdig belang
11 mei 2026 - Eveline Kruisifikx
Bij arrest van 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:592) heeft de Hoge Raad zich nader uitgesproken over de tegenstrijdigbelangregeling, meer specifiek de procedure die geldt ten aanzien van de melding en vaststelling van een tegenstrijdig belang, en heeft hij daarbij belangrijke regels geformuleerd voor de praktijk.
De tegenstrijdigbelangregeling
Artikel 2:239 lid 5 BW bepaalt dat bestuurders zich dienen te richten naar het belang van de vennootschap en haar onderneming. Lid 6 voegt daaraan toe dat een bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is aan het vennootschapsbelang, niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming. De maatstaf daarbij is of in redelijkheid kan worden betwijfeld of de bestuurder zich uitsluitend laat leiden door het vennootschapsbelang. Is het gehele bestuur geconflicteerd, dan verschuift de bevoegdheid naar de raad van commissarissen of, bij ontbreken daarvan, naar de algemene vergadering (tenzij de statuten anders bepalen).
De regeling beschermt de integriteit van het besluitvormingsproces en beoogt te voorkomen dat een bestuurder niet het belang van de vennootschap, maar zijn persoonlijk belang vooropstelt. Een bestuursbesluit dat tot stand komt in strijd met artikel 2:239 lid 6 BW is vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a BW (dan wel, indien het gehele bestuur geconflicteerd was, nietig op grond van artikel 2:14 lid 1 BW). Ook kan veronachtzaming van de tegenstrijdigbelangregeling aanleiding geven voor het entameren van een enquêteprocedure en/of aansprakelijkstelling van de geconflicteerde bestuurder wegens onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW) en/of onrechtmatig handelen (artikel 6:162 BW).
De wet biedt echter geen antwoord op de vraag wie vaststelt of er sprake is van een tegenstrijdig belang. In bovenvermeld arrest, waaraan een verschil van inzicht tussen de geconflicteerde bestuurder en zijn medebestuurders ten grondslag lag, heeft de Hoge Raad deze vraag – in lijn met de parlementaire geschiedenis en literatuur – beantwoord ten aanzien van vennootschappen met een meerhoofdig bestuur zonder raad van commissarissen.
Meldingsplicht bestuurder; medebestuurders beslissen
Ten eerste dient een bestuurder een mogelijk tegenstrijdig belang te melden aan zijn medebestuurders en dient hij daarbij openheid te betrachten. Bij een verschil van inzicht tussen de betreffende bestuurder en de medebestuurders is het vervolgens niet aan de betreffende bestuurder zelf, maar aan de medebestuurders – en dit geldt ook indien de betreffende bestuurder zelf geen melding heeft gedaan – om te beslissen of er daadwerkelijk sprake is van een tegenstrijdig belang en de betreffende bestuurder daarom niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming. Oordelen de medebestuurders dat inderdaad sprake is van een tegenstrijdig belang, dan dienen zij er ook voor te zorgen dat de bestuurder daadwerkelijk wordt uitgesloten van beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp.
Betekenis voor de praktijk
Het arrest van de Hoge Raad laat zien dat op alle bestuurders een verantwoordelijkheid rust: de (mogelijk) geconflicteerde bestuurder dient proactief en tijdig openheid te geven aan zijn medebestuurders en de medebestuurders dienen te beslissen en te handhaven. Daarbij is het overigens raadzaam om de overwegingen om de betreffende bestuurder al dan niet uit te sluiten van de beraadslaging en besluitvorming schriftelijk vast te leggen in de notulen van de bestuursvergadering.
Meer informatie?
Neem voor meer informatie vrijblijvend contact op met het team Corporate / M&A.
Neem contact met ons op
- Rotterdam +31 (0)10 440 05 00
- Den Haag +31 (0)70 354 70 54